Aanloop

Het heeft te lang geduurd, maar het gaat er eindelijk weer van komen. Ik ga na 13 maanden, 56 weken oftewel 384! dagen eindelijk weer naar het bos van Fontainebleau.

Al vroeg hebben we een datum geprikt waarop vrijwel elke Prosac’er kan. Historisch gezien is het weer rond 21 november prima. Maar de weersvoorspellingen veranderden met de dag. De ene dag geeft de ene site aan dat het droog zal blijven, de volgende dag voorspelt het drie dagen regen, maar is een andere site weer positief. Een conference call georganiseerd door Arnold, met alle beschikbare info geeft uiteindelijk de doorslag: we gaan. Al haakt Reinder toch nog af. Het blijft wel hopen op redelijk weer.
Weerdata
Eén delegatie vertrekt met de groene bus vanaf Sloterdijk en eentje uit Haarlem die met een tussenstop in Rotterdam Bart zullen ophalen. Bart rijdt op het laatste moment toch mee met Dirk-Jan en de omweg is voor niets.
Vrijdag
Na een relatief korte nacht in de F1 van Melun vertrekken we naar het traditionele vrijdaggebied: Bas Cuvier. Ondanks de dichte sluierbewolking is het meerendeel van de blokken droog. Het wordt een dag van hard projecten in moeilijke boulders.
Na een beetje opwarmen wil ik wel weer eens La Marco proberen. Vorige keer kwam ik van de grond en dat was al heel wat. Bart vraagt zich met een blik van “zou je die echt wel proberen” af waarom die als 6b+ opgegeven staat en niet als 7a. Na een paar kansloze pogingen geef ik het maar op, geen idee meer hoe ik de vorige keer een stukje naar boven kwam.
Next project: La Vie d’Ange.
De instap is al lastig en het duurt mij samen met Marc een tijdje om onze voeten goed hoog neer te zetten en vervolgens uit te duwen. De grepen waar je dan op uitkomt zijn in het echt toch kleiner dan ze op de filmpjes van Bleau.info lijken. Ook merk ik hier dat ik hier niet de ultieme grip heb. Na een aantal pogingen lijken de grepen wat vochtig te worden. Ik kan mijn voet hoog op een randje zetten, maar kom dan niet meer weg. Marc kan wel uitduwen en heeft aan een nat kuiltje net niet genoeg om bij de bevrijdende rand te komen. Het is een superboulder, met veel techniek, maar helaas te nat.
La vie d'Ange
Imke is hard aan het werken in de traverse van La petites Grampes a Messner (6a). Erwin heeft hem net gehaald als ik aankom lopen. De traverse is behoorlijk pumpy en ik heb redelijk wat pogingen en doorzettingsvermogen nodig om hem te halen. De uitklim is een 5b uit het rode circuit, maar het is niet zo’n simpele uitklim en je hebt tot op het einde nergens het idee: ja nu heb ik hem binnen.
Ik begeef me naar het pleintje van Abbatoir. Robert heeft daar net Bizarre geklommen, een mooie 6b plaat en dat bewijst maar weer dat de frictie goed is. Arnold is om de hoek samen met Dirk-Jan bezig in Angle Incarnee. Maar kan het net niet afmaken. Zelfs een gat in z’n vinger is niet voldoende om de laatste pas te kunnen maken.
Cortomaltese
Erwin gaat voor Corto en dat gaat steeds beter. Met de nodige tips komt hij tot aan de greep, maar kan vervolgens zijn voeten niet kwijt en laat toch nog los. Ik telde hem al. Ik zie er na twee pogingen al geen heil meer in en sluit me aan bij Marc en we gaan voor La Daubé. Een mooie 7a uit het rode circuit. Ik verbaas me altijd dat in alle andere boulders flink gewerkt wordt, maar deze boulder nooit geprobeerd wordt. Op bleau.info zijn maar 18 openbare registraties! Voor een 7a, uit een klassiek circuit op Place Morin! Ook Dirk-Jan kende de boulder niet. Maar hij laat zien dat het niet zo moeilijk is en topt de boulder in enkele pogingen. Van een zijgreep moet je wat handwisselingen maken op kleine randjes op een band. Dan moet je met een schwung je rechterhak zo ongeveer achter je oor leggen en erop mantelen.
La Daubé
Ik krijg dit keer wel mijn hak op dezelfde hoogte als mijn handen. Maar bij het dan op je hak gaan zitten kom ik voor mijn gevoel nét niet hoog genoeg. Een klein beetje hoger en ik had wellicht kunnen uitduwen met mijn linkerhand of een klein puntje kunnen pakken met mijn rechterhand. Ook Marc kan zijn hak neerleggen, maar komt dan ook niet hoog genoeg.
La Daubé
Aan het einde van de dag Arnold doet nog twee mooie vijfdegraads boulders van het zwarte circuit (Sentier Blue en la Digitale), tussen het hoofdgebied en Cuvier Est. Er is door iedereen hard gewerkt vandaag, maar de hoogst gehaalde boulder is 6b; door Robert.
Zaterdag
In Isatis worden we opgewacht door paarden! Veel paarden. En zoals Bart de avond ervoor al verkondigde: boulderaars en paardenmensen gaan niet samen. De hele parkeerplaats staat vol trailers met paarden en een dubbeldekse trailer voor de jachthonden. We banen ons een weg tussen de paarden, onze crashpad als bescherming tussen de achterpoten en ons vege boulderlijf houdend. Blijkbaar werken de paarden nog afschrikwekkender op de medeboulderaars want ondanks de perfecte klimomstandigheden is het rustig in het begin van Isatis.
Erwin gaat met de bus nog even op en neer naar de F1 (en langs de paarden), want daar heeft hij zijn klimschoenen nog liggen.
In de topo staat een 6c: een sprongetje van een goede greep direct naar de top. Lekker om warm te worden, maar ik vond het voor de geringe afstand vrij lastig. Uiteindelijk top ik hem. Maar is ie net zo moeilijk als andere dyno’s, zoals Dallain direct? Zou kunnen. Een fransoos (niet Marc) doet hem ook heel mooi door z’n linker voet heel hoog neer te zetten en vervolgens (horizontaal) statisch bij de eindrand te komen. Een ander maakt een dubbel dyno. In Nederland bleek dit de juiste methode te zijn om de waardering van 6c te rechtvaardigen; voor de volgende keer dan maar.
Imke werkt in Zip Zut en heeft vandaag last van hoogtevrees: hoger dan een halve meter komt ze niet, maar vermaakt zich met de balanspasjes. Ik begin er niet eens aan.
La ZipZut
Marc en ik gaan werken in Composition des Forces. De instap is lastig aan een randje als ondergreep. Het is een kwestie van met rechts goed hoog op wrijving inhuppen, vervolgens je linkervoet neerzetten en de band hoger te pakken. Een vorige keer met Arnold heb ik er al in gewerkt en toen deden we daarna iets met een heelhook. Maar ik kan methodes van boulders nooit onthouden en dus probeer ik het direct met links vanaf de ondergreep door naar de eerste sloper. Dit gaat goed en vervolgens is het op balans de volgende sloper pakken. Daarna wordt het weer lastig en is het de vraag hoe je verder gaat naar de goede randen achter op de top. Na veel gezoek en veel pogingen blijkt het te doen te zijn door met rechts anderhalve vinger in een klein kuiltje te frutten. Daardoor kan ik mijn rechtervoet hoger neerzetten en zo de achterste rand kan pakken. Vervolgens is het uitduwen met je voeten op wrijving, maar met een goede rand in je handen is dat geen probleem. Marc heeft hem de volgende poging ook binnen. Erwin heeft opgewarmd en is net aan komen lopen. De instap blijkt nog lastig voor hem, maar zodra hij in de boulder staat heeft hij nog maar twee pogingen nodig en dan heeft hij deze boulder in de pocket. Marc en ik houden het er maar op dat het aan de goede beta ligt, dat hij het zo snel klimt.
Composition des Forces
Arnold heeft gewerkt in El Poussif en is nu bezig op het blok van de Dru. Een hele hoge kant met een mooie oplooppas net te hoog om lekker te zijn, maar na een adempauze klimt Arnold hem steady uit. Ook Bouddha assis lukt hem.
Dru
Op naar Franchard Hautes Plaines voor Surplomb de la Coquille. Een populaire boulder zo aan het eind van de middag blijkt. Veel Fransen komen nog even langs. Bijna iedereen klimt hem met meer of geen moeite in de eerste poging. Een franse gids doet zo’n beetje alle varianten (en dat zijn er nogal wat) voor. Erwin heeft de boulder heel snel te pakken. Marc kan door wat aanwijzingen van de franse gids ook de verlossende greep fixeren. In mijn eerste poging raakte ik deze greep al aan, maar ook in mijn laatste poging kan ik niet meer dan hem aantikken. Helaas, de tank is leeg en deze mooie boulder blijft voorlopig een wishlist-boulder…
La Coquille
Zondag
Om zes uur wordt ik wakker en is het droog, maar wanneer ik terug kom van de WC hoor ik het al weer regenen. Kortom we kunnen flink uitslapen. Om half elf staat de rest voor onze deur, klaar om te gaan. Wellicht dat het na een uitgebreid ontbijt wel droog is, Arnold en ik moeten nog douchen en komen wel later. Na het ontbijt (in het geval van Arnold en mij slechts een overheerlijk taartje) gaan we naar Apremont. Wellicht dat het daar nog droog waait. Tegen beter weten in en met wat lichte dwang worden toch nog wat crash-pads meegenomen. Het wordt een lekker wandelingetje op zoek naar een paar boulders. Zo wil ik John Gill een keer zien. Een boulder met zo’n naam wil je gewoon klimmen. Na veel gezoek vinden we hem eindelijk (onder onze neus). Het dakje houdt de traverse droog, dus Erwin trekt zijn schoenen aan en legt zijn crashpad eronder. Maar het blijft zachtjes regenen en de uitklim is zeiknat.
John Gill
Na het zoeken van nog wat boulders gaan we terug naar huis. Dan zijn we vroeg thuis en “kunnen we nog lekker een wasje draaien”.
Weerzien van een oude bekende

One thought on “Weerzien van een oude bekende

  • 28 December 2010 at 9:57
    Permalink

    Heerlijk!!! En dan heb je nog niet eens verteld over het fantastische diner in le Relais du Pont-Loup! Was het maar weer Valentijnsdag!

Comments are closed.