|
Woensdag We verzamelen om elf uur op Schiphol. Naast onze drie crashpads zijn we bepakt met een hoop informatie over het bouldergebied Albarracín: geprinte internettopo’s, tijdschriften, lijsten van 8a.nu, alles wat gevonden kan worden, tot internetfilmpjes op de iPod aan toe. We vliegen op Valencia en een half uur na de landing zitten we al in onze huurauto richting Albarracín. Niet lang nadat we op de camping aangekomen zijn en onze bungalow betrokken hebben, worden de schoentjes en crashpads meegenomen en zitten we in de auto naar Sector Parking. Het is droog en met onze ervaring van vorig jaar pakken we alle momenten aan dat je kunt boulderen. We lopen naar het corridortje met prachtige boulders. Robert spaart zich voor de dagen die komen. Arnold en ik beginnen rechts op de hoek en werken tot het einde van de inham. Overwegend mooie passen, niet al te hoog, lekker om te beginnen. De moeilijkste van de vijf laat ik schieten, als ik te hard doortrek kan ik de komende dagen wel vergeten. Als we zelfs met de Petzl geen grepen meer kunnen zien wordt het tijd om af te taaien. Vandaag gaan we naar het restaurant dat ons vorig jaar goed bevallen is en laten het ons smaken.
Donderdag Sector Sol staat op de agenda. Van dit gebiedje is een topo, maar vorig jaar was van zon geen sprake en we hebben Sol niet bezocht. De waardering lijkt wat straffer dan de overige gebieden, of zijn we toch minder sterk dan vorig jaar? De eerste boulders worden toch al snel getopt. Danger Block 6a+ doet z’n naam eer aan en ik heb door de leuke mantel direct een gat in mijn enkel (het zou niet de laatste zijn tijdens deze trip). Mantelen doe je als halklimmer zelden en al helemaal niet met een ronde top met weinig grepen terwijl je je voeten nauwelijks kan plaatsen omdat de wand licht (of sterk) overhangend is. Er rest dan ook meestal niets anders dan je hak plat op de rots te leggen, daar hard aan te trekken en langzaam op het blok te draaien, met bebloede enkels tot gevolg. We lopen verder richting een enorm groot ei waar een afloper en wat randjes op zitten. Ik kan met een dubbel crashpad, met uitgestrekte arm net bij de begingreep. Ik kan er niets mee, behalve dan een aardige pijn in mijn schouder opwekken. Robert kan er gek genoeg wel bij. Hij kan al snel de eerste moeilijke passen van Campux 6c+ maken: van de beginsloper naar een ver randje, om vervolgens naar een nog verder randje door te skippen. Maar kan hij ook de laatste campusbeweging naar de eindbak? Campussen is niet echt Roberts specialiteit. Arnold topt de boulder en komt ook weer van het blok. Robert blijkt ook te kunnen campussen en hij heeft een prachtige send. Deze graad ontbrak nog op Roberts lijst, waar al wel enkele 7a’s op staan.
|
||
![]() Robert in Campux 6c+ |
||
| Vrijdag Vandaag komen we laat op gang, alle Polen, Oekraïners, Zwitsers en Canadezen uit de andere huisjes zijn reeds vertrokken. We gaan naar Arrastradero en in het bijzonder naar Seiscerrado 6c die bovenaan op de lijst met zessen staat. Eerst wat opwarmen op randjes. Arnold heeft Seiscerrado al ‘in the pocket’ nog voordat ik opgewarmd ben. Er is nu in ieder geval bèta voor een flashpoging: zitstart, linkerhand in de scheur, een heelhook met rechts, doorkruisen met de rechterhand, vervolgens de heelhook hoger en dan links naar een echte greep. Ik ga zitten, pak met links hoger in de scheur, ga erin hangen en bedenk me dat die eerste heelhook erg lastig wordt. Ik besluit om toch maar eerst mijn linkervoet naar onder te plaatsen, door te kruisen met rechts en vervolgens met veel lichaamsspanning de heelhook hoog te leggen. Op mijn tandvlees kan ik de relatief eenvoudige mantel nog doen. Aan niet boulderaars is lastig uit te leggen dat je van het beklimmen van een twee en een half meter hoog rotsblok buiten adem kan raken: een kwartier lang! Robert heeft gezien dat de bèta werkt en ik kan nog net vastleggen dat Robert zowaar twee keer een heelhook gebruikt. Het moet niet gekker worden: gister campussen, vandaag serieuze heelhooks!Ernaast zit Tonicoefervescente 7a, ook deze ken ik uit de filmpjes. Het is een mooi driehoekig, licht overhangende kant. Het moet toch eens lukken om die barrière van 7a te slechten. Arnold heeft hem weer rete snel. Het zijn mooie bewegingen: zitstart met een goede verticale greep links en een diep maar toch niet heel lekker gat rechts. Gaan staan en slappen naar de eerste afloper links, doorskippen hoger op de linkerrand en nogmaals doortikken met links. De truc is om de linkerhak op de eerste sloper te krijgen. Je hak ligt hoger dan je rechterhand en de rand is alleen maar recht, weinig bobbels waarachter je blijft hangen. Arnold pakt nog een mono tussendoor om vervolgens naar de rechter, aflopende rand te slaan. Vervolgens vasthouden en links hoger naar een lekkere greep en uitklimmen. Ik heb iets meer pogingen nodig. Robert houdt deze zitstart voor gezien. Na een aantal goede pogingen kom ik steeds uit de crux. Om de pas te oefenen stap ik staand in en kan de boulder eenvoudig uitklimmen, maar ik heb wel door dat ik nu met mijn duim druk kan geven tegen een randje op de linkerrand, iets dat me niet lukt wanneer ik zittend begin. Arnold wil weer wat doen en gaat samen met Robert op zoek naar wat zesjes waar we langs zijn gelopen. Ik loop mee want ik kan wel wat rust gebruiken. Het blijken nogal scherpe randjes te zijn en niet echt mooie bewegingen. Arnold doet ze maar raadt ze Robert af. Ondertussen herhaal ik de bewegingen van Tonico in mijn hoofd. In de buurt zit Txovo ocho 6b. Arnold heeft bij deze beklimming het gevoel dat de greep die je vol belast elk moment kan afbreken. Motiverend is het niet, maar Robert doet de boulder na enige twijfel toch en haalt hem snel. Ik laad me weer op voor een nieuwe poging en leg mijn hak op de sloper en sla naar de rand. Tevergeefs, mijn hak ligt niet goed en glijdt er met een noodvaart af. Ik heb nog mijn halschoentjes bij me, speciaal voor heelhooks, maar twijfel of ik daarmee nog genoeg druk op de randjes kan zetten. Toch trek ik ze aan voor een poging. Het staan op de treetjes is inderdaad lastiger dan op mijn ‘buitenschoenen’, maar het gaat. De hak ligt super en ik sla in één keer naar de rechterrand en kan hem vastklemmen. Rechtervoet neerzetten, linkerhand naar de grote greep en dan zenuwachtig de relatief makkelijke uitklim. Mijn eerste 7a is binnen! | ||
![]() |
![]() |
|
| Robert met een echte heelhook in Seiscerrado 6c | Arnold in Tonicoefervescente 7a | |
|
Arnold wil een poging doen in de highball El Pais de Bisicletas 7a. Gelukkig zit de crux bovenin. Alle grepen zijn wit van het pof tot aan de crux. Op het laatste ‘grote’ randje zit nog wat, daarna is geen spoor van magnesium meer te bekennen. Arnold doet een poging en klimt tot voorbij het randje en heeft met rechts een bolletje vast dat minder is dan het van de grond leek. Indraaien, maar de volgende greep zit wel erg ver. Nieuwe exploratie: Robert ziet iets dat lijkt op een kleine pocket. Dat moet hem worden. Arnold kan twee vingers in de pocket krijgen, zijn voet hoog plaatsen en afblokken op die twee vingers om vervolgens naar het bovenste greepje te komen. De mantel is niet zo eenvoudig als gedacht, weinig treetjes en weinig grepen bovenop. Arnold plaatst zijn voet hoog en mantelt op het blok. Boven een grote schreeuw van ontlading, beneden twee diepe zuchten. Wauw wat een boulder(aar). Op zijn weg terug komt Arnold onze Canadese buurman Matt tegen die belangstellend vraagt of het Arnold was die zo veel herrie maakte? Matt en zijn vrouw Meghan zijn bezig op de plaat van La Lagrima, het project dat vandaag ook nog moet vallen. Robert doet een poging terwijl ik mijn schoenen aantrek. Eén poging is voldoende voor Robert, alsof het niets is loopt hij omhoog en maakt de boulder af. Het wachten is weer op mij… Na een paar pogingen kom ik te ver om er nog uit te vallen, maar presteer het toch. Het begint te spetteren. Het zal me toch niet weer overkomen dat ik deze prachtige boulder (door de vochtigheid) niet ga klimmen. Gelukkig houdt het gemiezer op en duurt het niet al te lang voordat ook ik de boulder klim. We lopen door naar Grasshopper 7b+. Een mooie plaat met een sprongetje aan het eind, een beetje te vergelijken met Deliverence in de Peak. Arnold doet een paar pogingen om de minuscule randjes vast te houden, maar plots barst de hemel open. We schuilen een tijdje onder een groot dak achter Grashopper. Na de bui gaan we nog even naar Techos om alvast aan de topo van dit gebied te werken. De sector Techos is een eind lopen en in het gebied lopen we naar alle boulders die we van de vorige trip kennen. We proberen al vast wat blokken beter in te tekenen en waarderingen weer te geven in de topo. Volledig uitgehongerd en gesloopt loop ik later terug naar de auto. Drie boulders gedaan vandaag en total loss! We halen nog een flesje extra dessertwijn, want naast mijn eerste 7a is ook Roberts 6c+ van gister een traktatie waard: deze graad had hij nog nooit geklommen, 7a al wel. We nodigen de Canadezen uit voor een glaasje wijn en een potje Cargasonne. Meghan blijkt ‘Meadow Meghan’ te zijn en ook Matt is niet vies van een ‘fricking fieldwar’. De dikke BMW, niet bepaald een gebruikelijke auto voor de gemiddelde boulderaar, die voor hun bungalowtje staat was niet helemaal hun keuze. Ze hadden een normale auto gehuurd, maar voor de tweede keer in hun leven in een schakelbak, midden in Valencia gaf hun toch niet zo’n goed gevoel. De enige automaat was deze BMW en daarvoor zouden ze € 500 bij moeten betalen. Toen ze aangaven dat ze het dan toch maar gingen gokken in de schakelauto en graag het eigen risico wilden kopen zakte de verhuurder drastisch met zijn bijtelling. Zaterdag Na heel wat heen en weer geSMS en gemail blijken er dan toch locale Spanjaarden aanwezig te zijn. Vandaag wordt dus topoday. Dat blijkt niet slecht uit te komen, want het vel op de vingertoppen is wel erg dun en… het regent. De Spanjaarden zijn wat je voorstelt van Spaanse boulderaars: klein, sterk, rasta’s en continu hasj aan het roken. Ze zijn met z’n vieren en hebben een zespersoons bungalow . Onderweg naar Techos worden mijn drie woorden Spaans op de proefgesteld door Raul, die samen met zijn broer Luís het klimmerk No Dogma Climbing runnen. Onder het gepraat, voornamelijk van zijn kant dus, wordt naast het pad gelopen om te zoeken naar paddestoelen. Luís gaat ons helpen met de topo, zo ongeveer elke boulder heeft een waardering met ‘mas’: een plusje. Van de meeste lijnen weet hij wel wat het is en hoe de boulder heet. Het gaat in razend tempo, Robert heeft nauwelijks de tijd om het allemaal te vertalen voordat Luís al begint over de volgende boulder. |
||
![]() Topoday |
||
|
Het blijft regenen, soms harder dan op andere momenten, maar nat blijft het. Uiteindelijk wordt er nog wat geklommen: Arnold haalt bijna een 7b dakje waarin Luís, Raul en Victor werken, maar de uitklim is te nat. Volgens Victor was dit de eerste dag dat ze helemaal niets konden klimmen in vier jaar. Wij hadden vorig jaar vier dagen regen en geloven er niets van. Weer zien we deze trip Alphomega (of is het toch Vuelo Sin Motor izquerdia) 6b+ en Vuelo Sin Motor 7a (dyno) alleen nat. Helaas zullen we nóg een keer naar Albarracín moeten komen voor deze boulders. We boulderen nog wat in het dak bij Astranave. Uiteindelijk verzamelt iedereen zich hier en staan we met een man of vijftien onder het dak. Ik kan de eerste pas (en enige moeilijke) van de staande start niet, maar het is leuk om te kijken naar enorm sterke Spanjaarden. Op de terugweg wordt de zak met paddestoelen nog voller. We worden uitgenodigd om ze ’s avonds te proeven. Op de camping kan overdekt gebarbecued worden en nadat wij het eten op hebben worden we gehaald door Victor en Raul. Het wordt een knotsgekke avond dankzij de drank, de heerlijke paddestoelen, het vlees en voor sommige Spanjaarden de hasj. Nog voordat je je biertje op hebt staat er al weer een nieuwe klaar en ook Marcos blijkt stevig door te drinken. Als wij aftaaien komen ze onze laatste liter bier nog halen, zij gaan nog even door, want morgen kan toch niet geklommen worden. |
||
![]() Het klaarmaken van de Niscalos |
![]() Het bleef nog lang onrustig |
|
|
Robert en ik beginnen aan een kantje dat er erg mooi uitziet. Deze 6a lijkt te doen, maar na een half uur staan Robert en ik nog steeds op de grond. Ook Marcos probeert het, maar ook hij redt het niet. Al verbaast het me wel dat hij nog redelijk soepel kan bewegen na gister. We lijken alles geprobeerd te hebben. Ik kan nog maar één ding bedenken en dat is het randje vastpakken, hoog op te lopen tot net onder dat randje en te gaan staan voordat ik de rand pak. Het voelt opeens als een viertje in de hal. Voor Robert is deze methode ook niet te doen. Raul begint te werken in de klassieke lijn van het gebied. Arnold en ik doen mee, het is een prachtige lijn met grote grepen en verre passen, alles in een overhangende wand en bij het begin kijk je in een gat van tien meter diep waar je eventueel met crashpad en al in kan glijden. Het zijn allemaal vloeiende bewegingen en je kan vaak goed trekken of duwen met je voeten. De laatste passen zijn het lastigst, je moet ver rijken naar een goed randje om vervolgens naar de eindrand te gaan. Dan volgt een mantel die niet zo moeilijk is (5a volgens de topo). Raul is kort, maar kan toch de verre pas maken, maar daarna is het op. Arnold presteert het om tot de eindrand te komen om vervolgens zo kapot te zitten dat hij de eindmantel niet kan maken. We nemen afscheid van onze gidsen, zij gaan weer terug naar Madrid. Na een korte rust klimmen zowel Arnold als ik deze klassieke lijn. |
||
![]() Victor met een houten hoofd |
![]() Raul in de klassieke lijn van Peninsula |
|
|
Arnold en ik gaan nog werken in een 6c. De passen zijn mooi en er zijn nogal wat mogelijkheden. Ondanks dat de zon langzaam ondergaat zien we (vooral Arnold) steeds meer greepjes die we kunnen gebruiken. Het begin is eigenlijk één vloeiende beweging vanuit een zitstart met twee randjes naar een sloper en vervolgens weer naar een aflopende rand. Daarna met rechts een randje pakken, doorskippen naar een nieuw ontdekt knopje (en niet direct naar het spleetje), met links het randje, rechts naar het spleetje waar je vingers net niet in kunnen, of beter gezegd waar je ze niet in wil stoppen want je krijgt ze er nooit meer uit. Hoog oplopen op weinig en uitstrekken naar de rand. Een superboulder om deze dag mee af te sluiten. We pakken onze spullen en als laatste vertrekken we uit dit mooie gebied |
||
![]() Luís, Marcos, Martijn, Arnold, Victor, Robert en Raúl |
||
|
Maandag We staan vroeg op zodat we nog wat kunnen lopen door het gebied of zelfs nog Alphomega – Vuelo Sin Motor te klimmen. Maar het gaat allemaal niet zo snel meer, uiteindelijk hebben we nog net genoeg tijd om door het pittoreske Albarracín te lopen en wat te drinken in een barretje. Terug richting Valencia. Bij Valencia volgen we de borden naar het vliegveld en voor dat we het weten staan we voor de ingang. |
||
Posted under Trips
This post was written by martijn on November 4, 2008









